Historie

Rond 1880
Een fanfare voor allerlei plechtigheden in de gemeente en in de kerken, dat was de wens van menige Brabantse dorpspastoor in het laatste kwart van de 19e eeuw. Ook in Son probeerde pastoor Dobbelsteen een aantal mannen enthousiast te maken om met trom en trompet de kerkelijke vieringen op te luisteren. In1880 was er al een fanfare onder de welluidende naam ‘Aurora’ (= dageraad) en omstreeks 1900 maakte de toenmalige notaris Van de Westelaken er ‘Sint- Cecilia’ van (= de heilige van de muziek), toen hij het stokje overnam van de pastoor. De nieuwe pastoor Van Ravensteijn  liet zich dat stokje niet uit handen nemen en maakte ruzie met de notaris. Door dat gedoe stierf de fanfare een stille dood en pas na het vertrek van de notaris uit de gemeente in 1913 was de weg vrij voor een nieuwe start: het begin van Pro Honore et Virtute.


1912 of 1917?
Het jaar van oprichting staat niet helemaal vast. Het is wellicht 1917, maar later werd 1912 vast gesteld, niet helemaal op historische gronden, maar een kniesoor die daarover valt. In 1932 werd er (bij het derde lustrum) onder de bezielende leiding van de uit Eindhoven afkomstige dirigent Van Leest drie dagen lang een groot concours gehouden. Het schalde door de (drie à vier) straten ! Elk jaar waren er processies, concoursen en jubilea; ook vergaderingen en teeravonden en feesten, steeds alleen voor de mannelijke leden, zonder vrouwvolk, zoals het betaamde.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fanfare ontbonden en werden de instrumenten zo lang verborgen, een en ander op bevel van de Duitse bezetter, die onzinnige eisen stelde. Voorzitter (en ook gemeentesecretaris) Henk Veeneman nam daarin het voortouw.


Opheffen of doorgaan?
Na de oorlog had de fanfare grote moeite om weer op te krabbelen. Er was ook een breed gedragen overtuiging dat er nieuwe tijden waren aangebroken: de positie van de katholieke kerk werd niet meer door ieder als vanzelfsprekend ervaren en in het begin  van de jaren vijftig was er een poging om de fanfare te ‘ontkerkelijken’. Pastoor van Hussen wist dat te verhinderen. Hij vond ook de oprichtingsdatum 1912 uit, liet een nieuw vaandel maken en stak de hele fanfare in een nieuw uniform. Daarmee kon hij nog een tijdje het idee hebben dat de fanfare kerkelijk was, maar door de komst van veel nieuwe en niet (meer) katholieke inwoners was dat niet meer vol te houden.


Nieuwe tijden
De pastoor bleef nog een tijdje als bisschoppelijk commissaris toezien vanaf de zijlijn. De fanfare werd een stichting die zich vaker kon laten horen en waarvan iedere (jonge)man lid kon worden. Ze kreeg een jaarlijkse subsidie van de gemeente; in 1960 bedroeg die 1250 gulden. Ook niet-katholieken werden expliciet uitgenodigd om lid te worden; de bisschop had aangegeven daartegen geen bezwaar te hebben, maar bij kerkelijke plechtigheden (vieringen en processies) en feestelijkheden mochten zij niet meedoen. Een nieuwe pastoor in Son gaf enkele jaren later te kennen dat hij zijn rol niet meer wilde vervullen.

1962, vijftig jaar!
In april 1962 vierde de fanfare het 50-jarig bestaan, waarbij namens de gemeenschap een nieuw vaandel werd aangeboden. Behalve muzikale optredens bij feestelijke gebeurtenissen waren er ook andere activiteiten, voornamelijk bedoeld om geld in het laatje te brengen. De in 1962 voor het eerst georganiseerde middenstandstentoonstelling werd zó’n succes, dat zij meerdere malen herhaald is. Het was ook de fanfare die in 1963 een film liet maken van het dorp, waarin bedrijven en scholen en vooral veel mensen en kinderen te zien zijn. De diverse acties hadden genoeg geld opgeleverd om in 1968 alle muzikanten in een nieuw uniform te steken.
Groots werd de viering van het vijftig jarig bestaan opgezet. Een commissie van drie leden werd in 1961 aan het werk gezet en de plannen logen er niet om. Een grote tent boven de vijver aan de Europalaan, met een dansvloer en plaats biedend aan wel duizend mensen, prachtig idee maar helaas toch te kostbaar. Uiteindelijk bestond het programma uit een muzikale wandeling, een receptie, waarbij een nieuw vaandel en een concerttrom door de gemeenschap werden aangeboden, een plechtige mis op zondagmorgen en kinderfeesten en een taptoe op maandag (Koninginnedag). Dat allemaal eind april 1962. In september van dat jaar werd de herdenking van de bevrijding aangegrepen om de kas te spekken door middel van een middenstandstentoonstelling op het 17 Septemberplein, een manifestatie die vanwege het grote succes en de opbrengst meerdere malen werd gehouden in de jaren zestig en zeventig. De tentoonstelling van 1966 werd wel heel spectaculair: de burgemeester werd met een ‘wentelwiek’ gehaald uit Eindhoven en daarna werden nog heel wat mensen gelukkig gemaakt met een rondvlucht, elf keer in totaal. Het kostte een lieve cent, maar dan had je ook wat.
Een spraakmakende gebeurtenis was ook het maken van een plaatselijke film in 1963. Groot succes, gratis medewerking van heel veel mensen bij de rondgang in het dorp. ‘Attentie: moeders houdt uw schort aan en loop er niet zondags bij!’. Son nog even in oude gedaante, toen was geluk nog gewoon.

Eigen opleiding
De fanfare bleef nog lang kerkelijk en traditioneel: bij concoursen werd op de zondagmorgen eerst in alle vroegte nog iedereen verwacht bij een eucharistieviering in de kerk, voordat de bus vertrok. Ook bleef er nog (zij het afnemende) weerstand om de fanfare, vanaf het begin alleen voor mannen, ‘gemengd’ te laten zijn. Dat proces speelde zich ook af in de jaren zestig. Sinds het midden van de jaren zestig ging het bestuur namelijk de scholen langs om leerlingen te werven. Na een grondige, door de gemeente gesubsidieerde opleiding, door eigen, ervaren leden gegeven, konden die dan worden ingezet in een drumband of in de fanfare.


Ook meisjes? Hoe zo?
Was het tot omstreeks 1960 nog zo dat op de jaarlijkse dansavonden alleen gehuwde paren of vaste verloofden mochten komen en in 1961 tijdens een bestuursvergadering nog veel bestuursleden moeite hadden met het idee om vrouwen als muzikanten te werven, nu dienden zich meer meisjes dan jongens aan voor de opleiding. Verbazing bij een aantal oudere bestuursleden, die openlijk beweerden dat er wellicht weinig animo was bij de dames om opgeleid te worden tot muzikant. Hun vrouwen lieten toch ook vaak blijken het weinig te waarderen als vader ’s zondags weer met de fanfare moest ‘uitrukken’? En toen de meisjes het blijkbaar beter bleken te doen dan de jongens, ontstond al gauw de vraag wat ze áán moesten aan uniform bij de drumband, een rok in ieder geval, want broeken waren voor de heren. En zwarte schoenen. Nee, dat zag er niet uit, beter waren witte laarsjes, ook al konden de dames daarin nauwelijks vooruit. Een paar sokken erin, suggereerde een bestuurslid. Het duurde enkele jaren, voor het vrouwvolk ook echt mocht meedoen en de kleding aangepast werd aan de moderne inzichten. Toch vond een van de bestuursleden het maar niks. Meisjes trouwden, raakten in verwachting en deden daarna het huishouden, dat is toch geen goede investering?


 

Successen
De muzikale kwaliteit van de fanfare steeg en er kwamen optredens in het buitenland.Twee hoogtepunten waren de promotie naar de hoogste afdeling van de ‘Federatie van Katholieke Muziekbonden’ in Nederland in 1970 en een jaar later het landskampioenschap. In de ledenvergadering van 1977 verwoordt vicevoorzitter Lavrijssen het heel treffend, als hij aangeeft dat hij wegens zijn gezondheid niet meer aanwezig kan zijn bij serenades en muzikale wandelingen. ”Hij vindt dit extra vervelend, daar hij dit altijd van zo’n grote waarde heeft gevonden en er bij de leden ook altijd heeft aangedrongen om aanwezig te zijn. Na al die jaren wordt de vereniging iets van jezelf, waar je gewoon niet buiten kunt. Het is niet zo dat de vereniging jou nodig heeft, nee, jij kunt de vereniging niet meer missen. En zo moet het ook in een vereniging, die als een grote familie beschouwd wordt”.

1987. Harmonie en een nieuw onderkomen
Wie de verslaglegging van de bestuursvergaderingen doorleest (de alom tegenwoordige secretaris Noud Latijnhouwers had gelukkig een heel regelmatig en goed leesbaar handschrift), raakt opnieuw onder de indruk van de grote hoeveelheid werk die door een klein aantal Sonse mensen is gedaan. Er moest van alles geregeld worden en nu niet alleen over zaken die met de fanfare  te maken hadden, onder het kopje ‘Pro Honore et Virtute’, maar in het vervolg ook onder de kop ‘Het Vestzaktheater’, het nieuwe onderkomen na een jarenlang verblijf in de oude meisjesschool (nu brasserie van La Sonnerie).
Daar kwam bij dat het bestuur graag zag dat de fanfare een harmonie zou worden. Dat had heel wat voeten in de aarde en heel wat leden waren tegen. Het bestuur moest zich keihard inzetten en besprak met allerlei geledingen de mogelijke transformatie van fanfare naar harmonie. Het  bezocht de mogelijke harmoniemuzikanten en onderling werd afgesproken dat na een positieve reactie van die personen de dirigent de contacten verder kon overnemen. Dat laatste liep nog niet geheel vlekkeloos, maar toch kon de dirigent medio 1987 beloven dat hij er hard aan zou gaan trekken. Bij de werving en aanname van nieuwe leerlingen in 1986 was al rekening gehouden met de overgang naar een harmonie, maar er was toch weinig enthousiasme: de ledenvergadering van oktober had er weinig zin in en het bestuur deelde dan ook aan de overlegcommissie mee dat het lijstje van kandidaten helemaal was afgewerkt, jammer genoeg zonder positief resultaat. Er waren er wel die later wilden meedoen. Desondanks zette het bestuur door en het was dan ook geen verrassing dat bij de 75e verjaardag van de fanfare weer eens ouderwets kon worden uitgepakt. In oktober 1987 was er dus weer een receptie, optredens, een dorpskwis en een bijeenkomst van de Vrienden van de Fanfare. De dorpskwis werd geclaimd door de nieuwe harmonie, daar mochten andere verenigingen niet aankomen. Het feest was dan wel geslaagd, maar de ‘kwestie harmonie’ bleef nog jaren doorzeuren en leidde tot een forse crisis, die met moeite kon worden gerepareerd.  


En daarna..
Toch liep het de jaren erna als een trein, zij het met ups en downs. De formule die in de jaren zeventig en tachtig was ontwikkeld, een niet al te groot bestuur voornamelijk van mensen van eigen bodem, met vertakkingen naar het gemeentebestuur, de plaatselijke middenstand, de nieuw gevestigde bedrijven op Ekkersrijt, de plaatselijke verenigingen, bleek in de jaren erna tot in de huidige tijd ijzersterk. Zoals al eerder werd opgemerkt, was het niet altijd pais en vree en kwamen er forse aanvaringen voor, bijvoorbeeld op het moment dat in 1993 van dirigent werd gewisseld. Voor het bestuur een jarenlange wens om een volledig bevoegde en bekwame musicus aan te stellen, met het oog op de kwaliteit van de harmonie, voor een aantal leden het moment om uit onvrede over deze bestuurlijke move op te stappen. Enkele jaren geleden ontstond verschil van mening over de vraag of het wenselijk bleef dat harmonie en Vestzaktheater zo sterk met elkaar verbonden waren. Uiteindelijk ontstonden er twee besturen, met een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid.
 

Honderd jaar
In 2012 werd groots de honderd jaar gevierd. Dit jubileum kreeg extra glans door de promotie naar de eerste divisie van de amateumuziek (de hoogste klasse). De heemkundekring nam grondig de archieven door en maakte een mooi boekje over de historie, bij het oude raadhuis werden vaandels opgericht van de verenigingen en instellingen die (soms meer dan) honderd jaar bestonden en gevierd en gezongen en gemusiceerd werd er tot laat in de avond en tot diep in de nacht. Door de jeugdige muzikanten van de Opleidingsharmonie werd een groots concert gegeven in een uitverkochte sporthal de Bongerd in Breugel. Een jaar later in 2013 wordt het eeuwfeest afgesloten door het Harmonieorkest. In samenwerking met Karin Bloemen, Jamai Loman en 'the Voice of Son' Aris Weel wordt in een uitverkochte feesttent op het kerkplein ten gehore gebracht wat de harmonie aan klasse in huis heeft. Met de promotie en de geslaagde concerten wordt ook de kroon op het werk gezet van dirigent Martien Maas die al ruim 20 jaar het orkest leidt. “Er was overal feestgedruis maar wanklanken werden er niet gehoord” ( een notitie uit 1902, gevonden in het archief). Tijden zijn veranderd, maar de sfeer en de goede harmonie zijn blijkbaar hetzelfde gebleven. Op naar de honderdvijftig jaar.